ervaringen van ouders

Bang

Kathleen Heylen

Dinsdagnamiddag, de traditionele drukte aan de schoolpoort. Ouders en grootouders keuvelen terwijl een laat zonnetje eindelijk de oktobermist komt verjagen. De bel gaat. Ik haast me niet naar de poort toe, zoals de andere ouders, ik weet waar en wanneer ik mijn meisje kan verwachten. Achteraan de bende, met haar hoofdje traditioneel ergens boven de wolken, huppelt ze als een van de laatsten vrolijk naar buiten.

 

Haar ogen zoeken mij, ze lacht. Ik ben benieuwd naar haar dag. Wat wil ze vertellen, kan ze vertellen? Dat zesjarige hoofdje boordevol indrukken en gedachten en gevoelens. Vol chaos, denk ik soms.

We wandelen naar de auto en ik peil: “was het leuk vandaag, meid?”. “Ja hoor!”, zegt ze, heel enthousiast. Ik hoor haar iets opzeggen. “Zes heksen bij elkaar. Maken een heel vreemd soepje klaar. …  Ehm, kegel, denk ik... En dan, eentje neemt een slok. Floep! Weg! Haha, dat was grappig!”

 

“Oh, heb je een nieuw versje geleerd?” “Ja, met heksjes! En ze moesten zo en zo doen. En dan floep, weg!” “Vond je het mooi?” “Ja, maar ik weet niet meer hoe het gaat. Wil jij dat straks voor mij opzoeken, mama? Ik ga het nu dan gewoon opzeggen he, met de woordjes die ik nog wel weet. Zes heksen zitten bij elkaar… Ehm… Kegel…? En dan…”

Thuis vind ik op de laptop met de hulp van dokter Google al heel snel het bewuste versje terug. Een liedje. Sesamstraat, zie ik staan. Ik druk op “play”. Ik zie een donker kasteeltje,een vleermuisje, spinnenwebben. Kinderlijk getekende heksjes rond een soepketel. Een speels maar spookachig deuntje begint, een hoekige melodie, een gekke stem zingt. Spinnenkop met spruitjes, knekel met kandij. Ze komt mee kijken. En terwijl de eerste strofe weerklinkt, merk ik het. De manier waarop ze naast mij staat. Haar vingers in haar oren, haar knuffeluiltje bengelend uit haar hand. Ze drukt zich tegen mij aan.

Ik neem haar op schoot: “vind je dit eng?”. Ze zegt niks, drukt uiltje tegen haar mond, en knikt. “Je hoeft hier echt niet naar te kijken, he meid.” Ik wil het filmpje afzetten, maar nee, mag niet. Helemaal weggedoken, geborgen in en op mijn schoot, staart ze naar het scherm. Ik herhaal zachtjes dat ze echt niet hoeft te kijken. En toch blijft ze gebiologeerd. Vanachter haar uiltje.

 

“In de klas zagen wij dit op een groot scherm”, zegt ze dan. En “De eerste keer hield ik twee handen over mijn oren. De tweede keer nog maar één hand, mama! En dan nog eens. En de volgende keer ook. En op het einde is het grappig, mama, dan springen ze in de soep! Kijk maar!“ Ze vindt het niet grappig, ik zie het. Net voor het einde krimpt ze nog in elkaar, met haar handen over haar oren. Ik krimp ook in elkaar, om een andere reden. Ik hoor hoe ze het voor zichzelf allemaal zo krampachtig minder eng probeert te maken. Omdat ze denkt dat het niet eng mág zijn.

 

Ik krijg een heel raar gevoel in mijn maag. Mijn meid, die alles zo in zich opslorpt. Ook angst. En die, hoe jong ook, instinctief aanvoelt dat bang zijn ook staat voor kwetsbaar zijn. En dat is flauw, hier, nu, in deze tijd, in deze wereld. Gevaarlijk, soms. Pas je dus maar aan, hou je stoer. Onzin. Hoe kan ik daar iets aan doen, voor haar?

Ik knuffel. Ik praat. Het is ok om iets eng te vinden, om te zeggen dat je iets eng vindt. Je hoeft ook niet te kijken of luisteren naar iets wat je eng vindt. Sommige mensen vinden “eng” leuk, andere mensen niet. Mama houdt ook niet van eng. Ze reageert niet, zoals zo dikwijls, ze knuffelt mij alleen maar. Ze wil het liedje van “de meneer die voor die mevrouw zingt dat hij haar graag ziet.” Ik zoek John Legends “All of me” en knuffel haar stevig. Nog een vrolijke portie “Sofia” van Álvaro Soler, zou dat helpen?

’s Avonds na het eten duiken de heksjes plots weer op. “Vind ik niet leuk, mama.” Een ernstig gezicht, grote, zoekende ogen. Ik zoek inspiratie bij Maria Von Trapp. Wat werkt als je iets eng vindt? Denken aan vrolijke, mooie, blije dingen! Wat vind jij vrolijk, mooi en blij? We luisteren naar “My favorite things”, naar “The lonely goatherd” . Zo babbelen en kijken we de angst weg, maar of het echt werkt, daar heb je het raden naar, met dat denkertje, dat binnenvettertje van mij.

Later, voor het slapengaan, durft ze niet alleen naar het toilet. Ik zie gemeende angst. Ogen die op tranen staan. Vanavond mag ze bij mama in bed slapen. Straks krijgt ze een extra knuffel van mij. Tegen de heksjes. Tegen alle spoken. In de buitenwereld. In haar hoofd. En in dat van mij.

 

Wil je updates rond hoogsensitief opvoeden?

  • Twitter - White Circle
  • Facebook - White Circle

FIJN DAT JE

BIJ ONS BENT

  • Facebook Social Icon

ZITDAZO VZW

ONS TEAM

ONDERNEMINGSNUMMER 0538 794 814

IBAN BE82 0017 0619 8068
 

ALGEMENE VOORWAARDEN

CONTACTEER ONS