mythes ontkracht

Mythe 1: ouders overschatten hun kind

 

Een ouder is opmerkzaam. Ouders kunnen hun kind zeer goed beschrijven, ze vergelijken ook wel eens met andere kinderen in de familie, op school, in de buurt. Toch is de ouder van het hoogbegaafde kind vaak erg voorzichtig in zijn bewoordingen. Ze verontschuldigen zich ook vaak: “mijn kind lijkt normaal, maar als ik het samen zie naast andere kinderen van dezelfde leeftijd dan valt het verschil zo hard op.”

 

Het hoogbegaafde kind vertoont enerzijds een ontwikkelingsvoorsprong maar anderzijds is het ook maar zijn kalenderleeftijd. Ouders zijn zich hier zeer van bewust en bewaken de grenzen vaak juist heel goed.

 

Deze mythe komt vaak de kop opsteken als er sprake is van onderpresteren. Het blijkt namelijk erg moeilijk te bevatten dat een hoogbegaafd kind niet aan de top van de klas presteert, niet snel is met leren en al helemaal niet vanzelf in gang schiet. Dan komt vaak de volgende mythe in een adem mee.

  • Facebook - White Circle

Mythe 2: dit kind wordt overgestimuleerd

 

Heel wat hoogbegaafde kinderen verbazen hun ouders doordat ze opeens kunnen lezen, rekenen en zelfs schrijven (woorden tekenen, om correct te zijn). Geen van deze ouders heeft het kind dit daadwerkelijk aangeleerd, op een dag kon hun kind dit. Net als het op een dag kon lopen en zelfs fietsen lukte ineens.

 

Voor een buitenstaander is dit moeilijk te geloven. Hoe kan je kind nu ineens in staat zijn om de straatnamen te lezen als jij dat niet hebt aangeleerd?

Het hoogbegaafde kind vertelt me dat het woord aan hen verschijnt, ze zien het en kunnen het lezen. De meeste vroeglezertjes noemen het ook niet lezen, ze kijken ernaar en snappen het. Lezen is een aangeleerd gedrag en dat hebben ze nog niet geleerd.

Mythe 3: je bent hoogbegaafd als je hoge scores haalt

 

Van een hoogbegaafd kind wordt verwacht dat hij dit toont in prestaties, op school bijvoorbeeld. Als je zo slim bent, dan haal je minstens goede cijfers, elke keer weer. Je hebt minder uitleg nodig, je leert toch sneller? Maar wat als jouw kind helemaal geen 1Oen haalt op school, wel integendeel. Oefenen, studeren, voor school dat doet dit kind niet en dus behaalt het dit resultaat op parate kennis.


Vaak gaat men twijfelen aan het testverslag als het kind alsnog niet de hoge scores haalt die men verwachtte te zien. Argumenten als “dit kind werd als kleuter getest” en “misschien had een heel goede dag” komen dan boven. Hoewel deze bemerkingen natuurlijk aangeven dat het kind aan het onderpresteren is, zal het in vraag stellen van dé test niet spontaan leiden naar een doelgerichte aanpak die het kind nodig heeft. Meer nog, het kind gaat er zelf ook door twijfelen aan zichzelf.

 

Hoogbegaafde kinderen presteren niet zomaar, ook zij moeten leren leren. Heel wat hoogbegaafde kinderen zijn onderpresteerders, ze worden te weinig uitgedaagd, hoeven geen moeite te doen en haken af in hun leerproces. Je zal het dus niet zomaar aan de (schoolse) prestatie kunnen zien.

Mythe 4: hoogbegaafde kinderen zijn eenzaten

 

Het is een hardnekkige mythe dat hoogbegaafde kinderen eenzaten zijn. Het hangt samen met het beeld van het hoogbegaafde kind dat enkel geïnteresseerd is in wetenschap, het is een boekenwurm dat over 1 onderwerp veel afweet en is het liefste bezig op zijn eentje met proefjes uitvinden. Zoals een echte stereotypering behoort, zit er wel iets van waarheid in. Het klopt namelijk dat hoogbegaafde kinderen nood hebben aan ontwikkelingsgelijken om zich evenwichtig en sociaal vaardig te ontwikkelen. Als we vertrekken van de enge visie op hoogbegaafdheid dan zou er dus maar 2,5% van de wereldbevolking hoogbegaafd zijn wat het vinden van vriendjes aanzienlijk bemoeilijkt.

 

Om evenwichtig te ontwikkelen hebben hoogbegaafde kinderen andere kinderen om zich heen nodig, een deel daarvan zijn best ontwikkelingsgelijken. Die vinden ze niet steeds onder leeftijdsgenootjes, vaak trekt het hoogbegaafde kind met iets oudere kinderen op. In de begeleidingspraktijk wordt ook aangeraden om het kind te laten deelnemen aan een divers aanbod van vrijetijdsactiviteiten, waarvan een deel met ontwikkelingsgelijken.

 

Hoogbegaafde kinderen leggen de lat hoog, ook in hun vriendschappen en dat zorgt er dus voor dat ze vaker gekwetst worden. Ze begrijpen de anderen ook niet steeds en omgekeerd. Maar zeg nu zelf, vind jij het altijd zo eenvoudig communiceren met anderen?

Meer mythes?

 

Sluit aan bij een vormingsreeks uit ons aanbod.