Het evenwicht tussen bedekken, afdekken en ontdekken

Lies Cattersel

We zijn op een feestje. Uitbundige kinderen overal. Vrolijke kopjes, gegiechel langs alle kanten. Plots staat ze naast me en trekt aan mijn mouw. 


'Mama, bestaat een kinderlokker?' 


Ze steekt haar armen uit terwijl ze het me, stilletjes, vraagt. Wil gepakt worden. Bijna 20 kilo kleuter. Ze is bang. Ik zie het in haar oogjes.

Eigenlijk verwacht ze geen eerlijk antwoord. Maar een geruststelling. Ze wil gesust worden. Zoals we wel vaker doen wanneer ze bang is. 's Nachts als ze een enge droom heeft over een mummie. Of een zombie. Of over de jongens slash weerwolven en vampieren van Nachtwacht. Dat die niet echt zijn, die levende mummies of rondzwalpende zombies. En dat Nachtwacht een programma is op tv, met mensen die verkleed zijn. 

Ze wil hetzelfde horen nu. Dat zo'n kinderlokker niet echt bestaat. Dat het een verzinseltje is. Uit een show. Een verkleedde man. Die niet kan rondhangen op het speelpleintje. 

Ik twijfel even. 't Is de eerste keer dat ze zo'n vraag stelt over een, toch reëel want dichtbij, gevaar.
Ik wil haar de waarheid vertellen, maar ze is maar vijf. Ik wil haar kleuterblik niet vertroebelen, haar onbezorgdheid niet wegvegen. Ze hoeft zich (nog) niet bezig te houden met de moeilijke kant van Het Leven. Ze is nog klein. 

Maar er is wel degelijk iemand betrapt die een kindje probeerde mee te nemen. Daar aan dat speelplein, naast dat wijkschooltje daar. Er wordt gewaarschuwd. Kinderen gaan er beter niet meer alleen spelen. Let op en meld het wanneer je iemand verdacht ziet.


Ik word er zelf ongerust door. En ja, dat ben ik gemakkelijk. OngerustBezorgd. 't Is waar. Als het op veiligheid aan komt, neem ik niet graag risico's. 

En ik besluit om het haar te vertellen. Dat er inderdaad kinderlokkers bestaan. Dat dat boeven zijn. Dat die trucjes gebruiken om kindjes mee te nemen: ze geven snoep, zeggen dat ze kleine katjes hebben thuis of dat mama heeft gevraagd je te komen ophalen. Dat ze nooit mag mee gaan met een mevrouw of meneer die ze niet kent. Wat die ook zegt.


Ik probeer het uit te leggen. Op haar maat. In woorden die zij begrijpt. Niet gemakkelijk.
 

Maar zeg er ook bij dat papa en mama er zijn om haar te beschermen. Dat we dat zullen doen waar en wanneer we kunnen. Dat zo'n boeven opgepakt worden door de politie. Dat ze toch nooit alleen is op zo'n speeltuintje, in de winkel of op straat. 

't Was de eerste keer, dat we het over een Echt Gevaar hadden. Enfin. Iets anders dan: 'Pas op, je kan daar af vallen!' of 'Dat is warm, blijf daar af!'. En ok, over doodgaan hadden we het ook al. Maar dat is iets wat ver van haar af staat. Want de mensen die stierven, waren oud en/of heel ziek. Of 't was een kat. Dingen die niet op haar van toepassing zijn. 


Nu ging het over iets wat wel dichtbij kwam. Wat ook in haar wereld binnendrong. En ik zei niet dat het niet bestond. In tegendeel. Ik bevestigde iets wat ze niet bevestigd wilde zien. 

't Is een denker, ons meisje. Een over-denker. Dus bleven mijn woorden hangen in haar hoofdje. Ze kauwde er de rest van de dag op. Hoewel ze een fijne tijd had op het feestje en zich amuseerde. 's Avonds kwamen ze eruit, die gedachten. In bed. We praatten. Susten. Herhaalden dat papa en mama er zijn. Dat de politie er is voor zo'n boeven. We keken naar de sensoren van het alarm. Deden samen de ramen dicht en voelden aan de deur. Ze bleef snikken. Kwam eindelijk tot rust in het grote bed van papa en mama. Terwijl ik voorlas en haar stevig vasthield. 

'k Blijf het moeilijk vinden.
Dat vasthouden en loslaten. Dat beschermen en afschermen (of net niet). Het evenwicht vinden tussen bedekken, afdekken en ontdekken.

Ze slaapt. Rustig.

 

Ik hopelijk ook straks.

Volg Lies ook op haar Facebook-pagina.

dag van het hoogsensitieve kind

FIJN DAT JE

BIJ ONS BENT

  • Facebook Social Icon

ZITDAZO VZW

ONS TEAM

ONDERNEMINGSNUMMER 0538 794 814

IBAN BE82 0017 0619 8068
 

ALGEMENE VOORWAARDEN

CONTACTEER ONS