Mama, zijn jongens sterker dan meisjes?

Soms denken we dat onze ideeën over gender zó normaal zijn, dat we ze herleiden tot het biologische. We vergeten dat hoe we denken over gender cultureel bepaald is.


'Gender' en 'geslacht', is dat niet hetzelfde?


Bij je geboorte wordt je geslacht vastgesteld aan de hand van biologische, lichamelijke verschillen. Meisjes hebben een vagina, jongens een penis, er zijn verschillen in chromosomen en hormonen. Er zijn ook mensen die worden geboren met variaties aan mannelijke en vrouwelijke kenmerken.


Gender wordt bepaald door drie dingen:


1. je geslacht


2. je genderidentificatie : Voel je je een meisje of een jongen, geen van beide, allebei of nog iets anders?


3. je genderexpressie, dat is wat je uitdraagt, hoe iemand die genderidentificatie naar buiten brengt.


Gender voegt dus sociaal-culturele elementen toe aan het biologische geslacht.


Mensen zouden kunnen zeggen: is de slinger niet te ver doorgeslagen? Wat is het probleem eigenlijk?


Het label 'jongen' of 'meisje' gaat gepaard met een reeks associaties en verwachtingen. We gaan er dan stereotiepen aan ophangen, zoals:


- ‘vrouwen moeten voor de kinderen zorgen’ (primaire verzorger) En zo is het nog steeds voor mannen in ons land minder evident om ouderschapsverlof te nemen.


- of we zeggen ‘verman jezelf’. Alsof kracht iets is dat inherent aan een man toebehoort. Mannen hebben meer spierkracht, maar op vrijwel alle andere gebieden is het lichaam van vrouwen sterker. Ze hebben een beter immuunsysteem, herstellen sneller van ziektes en hebben een langere levensverwachting.


Het hokjesdenken zorgt ervoor:


- dat er ‘mannen’- en ‘vrouwenstudies- en beroepen’ zijn


- dat jongens die te meisjesachtig, of meisjes die te jongensachtig zijn, vaak te maken krijgen met opmerkingen of pestgedrag.


Worden kinderen die genderbewust worden opgevoed ook andere volwassenen?


Genderstereotypen stellen soms grenzen aan de ontdekkingstochten van kinderen.


Een genderbewuste opvoeding kan kinderen meer vrijheid geven om zichzelf te ontdekken en te uiten. Het helpt hen om keuzes te maken gebaseerd op hun persoonlijkheid, competenties en talenten, los van de heersende stereotypen. Volwassenen die hun talenten kunnen inzitten, zijn gelukkiger.


Een Zweeds onderzoek wees al uit dat genderbewust opvoeden ervoor zorgt dat kinderen sneller zullen spelen met kinderen ‘van het andere geslacht dan wanneer ze niet genderbewust zijn opgevoed. De kinderen zijn socialer en zien de anderen vaker als een gelijke. Ze zien zelf minder beperkingen. De kinderen weten ook ‘ik mag mezelf zijn’ en dat zal ook zijn weerslag kennen in de band tussen ouder en kind.


Genderspecifiek speelgoed, nog steeds alomtegenwoordig


Er is nog veel genderspecifiek speelgoed. Wetenschaps- en technologiespeelgoed richt zich nog steeds vooral op jongens. Zorgen voor poppen en speelgoed dat zich richt op schoonheid, dat is voor meisjes. Op die manier duwen we kinderen (onbewust) een bepaalde richting uit.


Gendervoorkeuren voor speelgoed komen pas boven, wanneer kinderen over hun gender leren. Wanneer ze dan duidelijk gescheiden rayons zien met binaire opdeling in genderverschillen zoals roze of blauw speelgoed, nemen ze dit harder op.

Er zijn heel wat goede praktijken


- in de Sinterklaasboekjes foto’s van meisjes bij wetenschaps- of maakspeelgoed


- er zijn poppenlijnen die niet specifiek meisjes targetten.


Maar er is nog werk aan de winkel. De laatste keer ik een happy meal bestelde, werd nog de vraag gesteld ‘is het speelgoedje voor een jongen of voor een meisje?’.


Zijn er nog andere gebieden waar het beter kan?


Hoe we als samenleving naar gender kijken, heeft een enorme invloed op hoe we onze zonen en dochters behandelen.

Internationaal onderzoek toont aan dat stereotypen ervoor zorgen dat we intellectuele capaciteiten op hoog niveau meer met mannen dan met vrouwen associëren. Dat ontmoedigt vrouwen in carrièrekeuze; vrouwen zijn ondervertegenwoordigd in ‘slimme’ vakgebieden. Deze gendergebonden opvattingen zijn al vroeg aangeleerd en hebben een onmiddellijk effect op de interesses van kinderen.


- Al vanaf de leeftijd van zes jaar zijn meisjes minder geneigd dan jongens om te geloven dat leden van hun geslacht "echt heel slim" zijn en beginnen meisjes activiteiten te vermijden waarvan gezegd wordt dat ze bedoeld zijn voor kinderen die "echt, echt slim" zijn.


Maar het gaat niet alleen over studie- en beroepskeuzes. Het gaat ook over ondervertegenwoordiging in de politiek, in nieuwsberichten, in het management, in sterrenrestaurants maar ook in films en series (daar is minder dan 1/3 van alle sprekende rollen voor een vrouw). Bij meisjes gaat het in series en films vijf keer vaker over hoe ze eruit zien en ze hebben dubbel zo vaak onthullende kledij aan.


Hoe stereotiepen de wereld uit helpen?


Het zit vaak in de kleine dingen.


- Het blijkt dat ouders vier keer zo vaak 'pas op' zeggen tegen hun dochter als tegen hun zoon.


- Laat kinderen een hobby, studie kiezen die past bij het kind en voorbij de gendernormen kijkt.


- Laat jongens en meisjes samen spelen.


- Praat over verschillen en evenwaardigheid.


- Geef het goede voorbeeld. Help als man mee in het huishouden bij zogezegd “typisch” vrouwelijke taken.