Al onze kinderen zijn bijzonder, elk op hun eigen manier


Jan en Anke hebben 4 kinderen: Isha, 23 jaar, Janut, 18 jaar, Ho Yan, 17 jaar en Bram, 13 jaar. Isha is de dochter van Jan uit zijn eerste relatie met Sandra. Sandra en Jan gingen uit elkaar toen Isha 2 was. Twee jaar later is Jan getrouwd met Anke en samen hebben ze nog 3 kinderen gekregen: Janut, geadopteerd uit Ethiopië, Ho Yan uit China en Bram. Janut was 1,5 jaar en Ho Yan 2,5 jaar toen ze in het gezin kwamen. Een paar maanden nadat Ho Yan geadopteerd was, bleek Anke onverwacht zwanger te zijn. En toen kwam Bram erbij.

Wanneer het gezin samen op stap was, durfden mensen hun hoofd wel eens extra omdraaien, of vragen te stellen.

Adoptiegezinnen zijn per definitie ‘gemengde gezinnen’. De leden van het gezin hebben een verschillende oorsprong en achtergrond en er is een grote diversiteit aanwezig, die je niet in een ‘gewoon’ gezin vindt. In de adoptiecontext spreken we van een gemengd gezin als er zowel adoptiekinderen als biologisch eigen kinderen van de ouders opgroeien. Gemengde gezinnen hebben, naast de extra thema’s die bij adoptie horen, nog met complexere vragen te maken.

Isha: “Ik vond het geweldig om in zo’n speciaal gezin op te groeien. Het is niet altijd gemakkelijk geweest en ik heb vroeg geleerd om zelfstandig te zijn, omdat Anke en papa vaak hun handen vol hadden. Ik ben bijzonder trots op mijn broertjes. Soms had ik wel het gevoel dat ik er niet helemaal bij hoorde, omdat ik de helft van de tijd bij mama woon. Het was dan ook elke keer weer wennen aan de drukte en ik moest mijn plekje dan precies opnieuw veroveren.”

De komst van een nieuwe baby of adoptiekind in een gezin is steeds ingrijpend. Er komen nieuwe taken bij, de structuur en het ritme van de dag verandert en iedereen moet zijn/haar (nieuwe) positie vinden. Bij elk nieuw gezinslid wordt je opnieuw, op een ander manier vader, moeder, broer of zus. Alle relaties beïnvloeden mekaar onderling weer.

Papa Jan: “Toen Bram geboren was, gingen we als gezin door een heftige periode. Ho Yan begon eindelijk een beetje vertrouwen te krijgen in ons, als ouders, en toen werd zijn vertrouwen weer ondermijnd. Hij was heel onzeker en afwijzend naar ons en naar Bram. Ho Yan had verschillende trauma’s opgelopen in zijn eerste levensjaren en had heel veel rust en stabiliteit nodig. De komst van een nieuwe baby haalde dat weer onderuit. Dat zorgde ervoor dat er plots veel minder aandacht was voor de kinderen die het ‘goed’ deden en voor onszelf als ouders. Als je er middenin zit, weet je ook niet hoe lang zo’n situatie zal duren en dat was soms lastig. Als alles eenmaal vlotter begint te gaan, vergeet je wel snel hoe intens zo’n periode was.”

Isha: “Ik weet nog goed hoe het was om Janut in Ethiopië op te halen. Ik was toen 6 jaar. Ik was zo blij dat ik een broertje zou krijgen uit Afrika en vertelde het tegen iedereen. Ik herinner mij wel nog dat het heel lang duurde voordat we Janut konden halen. Ik was soms bang dat het er nooit van zou komen. Doordat ik mee was naar Ethiopië kon ik veel beter begrijpen hoe Janut zijn leven eruit zag en waarom hij zich soms anders gedroeg dan andere kindjes in België. Ik weet nog dat hij eerst bang was van papa en Anke en dat hij toen wel bij mij wou komen. Ik was toen zo trots. Bij Ho Yan was ik niet mee en dat vind ik wel jammer."

>> lees verder onder de foto

Adopteren doe je niet alleen en de buitenwereld speelt een belangrijke rol voor een gezin. Als ouder (in spé) bereid je je voor op de nieuwe situatie, je informeert je, volgt adoptievoorbereiding en praat met mensen die reeds ervaring hebben. De buitenwereld weet echter niet wat ouders zien, ervaren en weten. Daarom kunnen mensen soms dingen zeggen die hard binnenkomen of blijken van weinig begrip voor de situatie van de kinderen of de ouders. Het is dan ook niet altijd gemakkelijk om met deze reacties van de omgeving om te gaan en om zelf correcte antwoorden te geven.

Mama Anke: “Toen Bram geboren was, kreeg ik verschillende reacties, die mij helemaal uit mijn lood konden slaan. Iemand vroeg mij ooit of ik wel zou geadopteerd hebben, als ik geweten had dat ik toch een eigen kind kon krijgen. De zus van Jan vroeg hoe het voelde om nu een ‘echt’ kind te hebben van mezelf. Ze bleef er op aandringen dat dit toch wel heel anders en intenser moest zijn, dan bij de andere kinderen. Janut en Ho Yan waren er toen ook bij en ik denk dat ze deze vraag ook gehoord hebben. Ik heb daarna steeds veel aandacht gegeven aan het feit dat al onze kinderen heel bijzonder zijn voor mij, elk op hun eigen manier. Die vraag heeft mij wel heel lang achtervolgd en invloed gehad op hoe ik al mijn kinderen hun plekje geef. Eigenlijk was het dus wel een cadeautje.”

Janut: “Bram lijkt heel erg op papa en ik vond het tijdens feestjes heel vervelend als daar opmerkingen over gemaakt werden. Ik had dan het gevoel dat ik er minder bij hoorde en minder de zoon was van mama en papa, omdat er geen fysieke gelijkenissen zijn. Eigenlijk zijn er tussen ons wel heel veel gelijkenissen. Papa is heel creatief en altijd op zoek om dingen te doen. Ik heb dat ook heel erg.”

In een gemengd gezin kunnen kinderen zich vaker een buitenbeentje voelen, omdat de andere kinderen geadopteerd zijn, of net niet. Zo kunnen kinderen met een donkere huidskleur anders behandeld worden dan witte kinderen en zich gediscrimineerd voelen. Discriminatie is vaak subtiel en zit in kleine, schijnbaar onschuldige dingen.

Ho Yan: “Meestal heb ik geen last van discriminatie. Iedereen die mij kent, gaat gewoon met mij om. Maar het gaat soms om kleine dingen. Ik word vaak aangeduid als ‘de Chinees’, of mensen vragen mij of ik goed met stokjes kan eten, of er worden flauwe mopjes gemaakt. Dat zijn allemaal niet zulke erge dingen, maar iemand die zulke opmerkingen nooit krijgt, begrijpt niet hoe dat voelt. Soms vind ik dat wel erg en als ik daar dan iets van zeg tegen mijn zus bijvoorbeeld, dan lacht ze dit weg. Ik twijfel dan aan mezelf en vraag me af, of ik het me inbeeld