Mama, je deelt te veel

Vaak wordt gesteld dat sharenting het fenomeen is waarbij ouders foto’s en filmpjes van hun kinderen online verspreiden. Dat doen ze vooral via social media zoals Facebook en Instagram. Maar eigenlijk omvat de term meer en kan je sharenting opvatten als het online delen van alle content die te maken heeft met de opvoeding van kinderen, en dat door ouders.


Steven Gielis


Uit onderzoek[1] blijkt dat één op vijf jongeren van wie de ouders actief aan sharenting doen, daar problemen mee heeft. Betekent dat anderzijds ook dat een grote meerderheid van de kinderen dit wel oké vindt? Waarom willen we graag sharen als ouder? Hoe weet je wat kinderen later zullen vinden van de inhoud die je nu shared? En mag je als ouder nog wel gewoon fier zijn op je kind?


Steun van sociaal kapitaal


De komst van kinderen vraagt heel wat van ouders en dat weegt vaak ook door op hun dagdagelijkse bezigheden. Daar een evenwicht in vinden is op zijn zachtst uitgedrukt voor veel mama’s en papa’s challenging te noemen. Een meme die circuleert op het internet zegt niet zomaar schertsend: ‘Kies twee van de drie onderstaande elementen: rust/slaap, sociaal leven, je huishouden op orde’. 9 op de 10 van de ouders geeft aan opvoeden een moeilijke klus te vinden. Een gezin dat nooit ruzies kent vormt eerder uitzondering dan regel.


Niets erger dan daar alleen in te staan, toch?


De opvoeding van kinderen is geen taak die zich beperkt tot ouders alleen. Door anderen bij de opvoeding te betrekken als zijnde ‘sociaal kapitaal’, kun je je eigen draaglast (het gewicht dat je moet dragen door de uitdagingen die het leven je geeft) verminderen en je draagkracht (de mogelijkheden die je hebt om deze uitdagingen aan te gaan) versterken.


De steun die anderen in je offline en online community bieden, versterkt het opvoedingsproces. Je staat er niet alleen voor en ontvangt erkenning en waardering voor wat je doet, je hoort erbij. Je kan raad vragen of anderen met je ervaringen inspireren.

Raken en geraakt worden


Ook het omgekeerde is waar. De online opportuniteiten maken mogelijk dat je anderen raakt, maar ook dat je geraakt wordt. In positieve of in negatieve zin.


Misschien maakt een verhaal van een andere mama wel dat je beeld van ouderschap bijgestuurd wordt, een meer realistische vorm krijgt. Denk maar aan Hanne Luytens’ trending hashtag #nietaankindengezinverklappen.


Momfluencers tonen de kwetsbaarheid van het ouderschap, en dat normaliseert de soms moeilijke hindernissen op het parcours voor ouders die voorheen dachten alleen te staan in hun beleving.

Misschien komt anderzijds een reactie op een ervaring die je online deelt wel hard binnen. Want zo had je het niet bedoeld. Maar zo kwam het wel binnen door de kanalenreductie. Dit wil zeggen dat de non-verbale communicatie (analoge (lichaams)taal) online vaak wegvalt. Een mogelijk nadeel daarvan is dat de kansen op een verkeerde interpretatie stijgen. Want het is immers via deze taal dat we vooral onze gevoelens en gedachten uiten.

Een wall vol nostalgie


Veel ouders posten meer foto’s van hun kinderen dan van zichzelf, vanuit een liefdevolle fierheid. Natuurlijk is het goed om trots te zijn op je kind. Je wil het uitschreeuwen en digitale community’s bieden daarvoor alle kansen. Als ouder wil je mijlpalen delen, zo fier als een gieter. Het is dan fijn als je hiervoor waardering krijgt van je omgeving.

Het is belangrijk om sociale media - en bij uitbreiding het internet - niet als één grote gevarenzone te zien, maar ook als een plek die tot een heleboel opportuniteiten leidt.

Sociale media zijn bijvoorbeeld ook hét middel bij uitstek om een eigen tijdslijn vol positieve herinneringen te creeëren. Het is fijn om te kunnen terugkijken op warme gebeurtenissen, zaken die je bij zijn gebleven, die je hebben geraakt. Met nostalgie terugblikken maakt een persoon trouwens meer optimistisch.[2]


Digitale footprint


Ouders creeëren online een identiteit voor hun zoon of dochter. Ze bepalen welk beeld ze de wereld insturen. Vaak wordt dit beeld – en de bijhorende verhalen – gedeeld in een vrij beperkte omgeving, de meeste ouders schermen hun accounts af en selecteren aan wie ze hun selectie tonen. Het spreekt voor zich dat dit later kan leiden tot problemen wanneer beelden vrij beschikbaar zijn op het internet.


Dat ene grappige beeld verliest allicht met de jaren ook aan relevantie, ik zeg maar voor googelende recruiters. Sharenting zal volgens voorspellers binnen een kleine tien jaar de hoofdoorzaak[3] worden van alle identiteitsfraudes.


Iets wat op het internet wordt gepost, is nadien quasi oncontroleerbaar. Zo kunnen en worden onschuldige foto’s gedeeld op pedofiele netwerken.

Maar zelfs al schermen ouders de info die ze delen af en staat hun profiel niet openbaar, het leidt soms ook tot gefrustreerde gevoelens bij kinderen, zeker wanneer ze later opgroeien en als tiener – in een fase nota bene waar de identiteitsontwikkeling dé belangrijkste uitdaging is – een ander beeld hebben (en/of willen ophangen) over zichzelf. Dingen die schattig zijn/lijken kunnen (later) zorgen voor gevoelens van schaamte. En de knop kan dan niet meer teruggedraaid worden.


Het recht op privacy betekent dat je zelf bepaalt welke persoonlijke gegevens op welke wijze worden meegedeeld aan anderen. Kinderen zijn handelingsonbekwaam. Dat betekent dat de wet hen niet in staat acht om volwaardig deel te nemen aan het burgerlijke leven, tot ze de leeftijd van de meerderjarigheid hebben bereikt. En dus dienen ouders ‘als een goede huisvader’ beslissingen voor hen te nemen.


Twijfel je of je iets wil posten? Stel jezelf dan de vraag of de twijfel te maken heeft met de vraag of je kind het in de toeko